MIDDEN OOSTEN

CHAUFFEURS NEDERLAND

Verhaal Ton Bastings (3)

 

Bij deze mijn 3 e reisverslag :

 

"Money no problem"

 

Na nog een rit oliepijpen naar Kirkuk en met diverse collega’s die uit Saoedi of Qatar terug kwamen gepraat te hebben, hoorde ik dat in die landen voor ons chauffeurs weinig te eten was. Eerst moest er een visum voor Saoedi gehaald worden met een niet jood verklaring,

deze moest ik in de plaats waar ik gedoopt was bij de pastoor gaan halen.

 

In mijn DAF had ik ’t bovenste bed verwijderd en het onderste 15 cm hoger gemaakt dat was een mooie proviand ruimte. Waar tot dan alleen gasbrander en keteltjes lagen de drie doorgaande reizen gingen dwars door Turkije en daar kon je overal zeer goed eten en drinken. Van collega’s vernam ik dat er vaker kleine mannetjes met stenen gooiden daar had ik gelukkig geen last van omdat mijn DAF rood was en voorzien was van Turkse stikkers, ook had ik z’n Marssallah rammelaar voor het raam, ik denk dat rood de favoriete kleur van Turkije was. Wel gooide ik af en toe een half pakje Marlboro naar buiten dat werkte prima die mannetjes wilden ook wel eens een pafke. Op mijn voetreis door Valkenburg kwam ik langs een piepklein winkeltje (Lieshout) en zag daar iets wat ik goed kon gebruiken, tientallen verschillende eenpersoonsblikjes met groente van Hero. Ook was er wonderstamp in diverse variaties (boerenkool, rats en aardappelpuree ) 1l water + 1 blikje even roeren en klaar is Kees. Het oude vrouwtje vroeg mij waar ik naartoe ging met al die blikjes waarop ik antwoordde naar Saoedi. Achter een gordijn stond een voorraad met een hele stapel boerenjongens waarop ik haar zei dat alcohol, varkensvlees, coca cola enz. in dat land VERBODEN was. Op de glazen met boerenjongens stond 40% alcohol op maar daar plakte dat vrouwtje een sticker van Maggi overheen. Dat was reuze slim van haar. Dus nam ik ook een kartonnetje boerenjongens mee. Na een volle koffer van mijn personen auto te hebben overgeladen en mijn documenten en andere papieren okay waren, begon ik aan mijn reis naar Al-Hofuf in Saoedi-Arabië. De lading bestond uit achterbanden van tractoren,

aardappelpootmachines en een of andere elektrische transformator. Alles in totaal ongeveer 10 ton.

 

Zondagavond vertrok ik richting Duitse grens waar een UK truck stond met een 1000L tank onder de trailer. Dus een M.O. truck. Zo’n truck had ik nog nooit gezien. Het was ’n

SCAMMEL-CRUSADER. De driver zat binnen in zijn cabine te eten en vertelde dat hij uit Edinburgh kwam. Na dat ik mij voorgesteld had en vertelde waar ik naartoe ging kwam dat goed uit, want hij (George) ging naar Qatar ongeveer 100 mijl verder.

Nadat hij klaar was met eten namen wij een biertje (een halve liter) want George lustte geen "egg cups". Na diverse halve liters zijn we maar gaan slapen. Tegen 9 uur ’s morgens kwam de ZOLL voor een brandstof controle (tankschein) George zijn trailertank met lange nek was boordevol en waar HERR ZOLL MANS zijn meetstok in duwde en zei "VOLL"; Een 1000L tank tankschein. Wij konden gaan rijden. Na een half uurtje gereden te hebben stopten wij op een parkeerplaats en George liet zijn trailertank in een greppel leeg lopen. 960L water en de rest was diesel. Wie maalde er in die tijd over milieu.

 

Het was voorjaar en mooi weer de reis tot Slavonski-Brod verliep prima. Daar pauzeerden wij 24 uur en dronken weer diverse biertjes George zei vaker tussendoor, "money no

problem". Wat daar nou precies de bedoeling van was begreep ik eigenlijk niet zo goed. De dag erna hobbelden wij richting Bulgarije. Normaal werd in dat land niet getankt, maar George verliet de hoofdweg en ging land inwaarts waar een klein tankstation was en waar wij ieder 1000 liter diesel tankten voor 300 DM. Aan de Turkse grens werd bij getankt ieder 100 liter. Die gast van het tankstation kreeg 10 DM en maakte van het getal 100 liter met de zelfde pen 1000 liter. De prijs in Turkije was ongeveer 70 cent per liter dus "money no problem".

Na een bezoek aan de Londra-Camp en de bekende "West Berlin" relax tent hobbelden wij richting Adana (gezellige stad) en van daaruit richting Syrie. Aan deze grens was het uitkijken geblazen want alle trucks moesten via een trechter naar dat ene douane gat en dieArabische (t)ruckers met hun torpedo’s vrachtwagens hadden soms achter hun wielbouten ringen met vlijmscherpe messen van ongeveer 10 cm. Ze hadden ongeveer 40 ton geladen en door hardhouten blokken tussen de veerpakketten te duwen. Eenmaal door de douane "raasden" zij met 40 km per uur richting Damascus, Na de steile afdaling voor Damascus moesten alle trucks aan de kant. ’s Middags vertrokken wij door Damascus waar George langs de kant bleef staan, wij gingen daar een hapje eten dat bestond uit tuinbonen met vel in een soort frietenzak. Het vel werd er van af gehaald en op de grond gegooid (spek glad) maar het was wel lekker.

 

Onze reis ging verder naar Ramta waar wij onze onze Carnets en Triptieken naar Mohamed el Katib (de expediteur) brachten Aan de overkant was een restaurant waar een zeer vriendelijke eigenaar ons verwelkomde met een ijskoude pint en hij sprak vloeiend Engels.

Hier kwamen ook mannen met grote limousines in witte gewaden en kraaltjes in hun handen. Zij aten ijsjes. Na een paar biertjes ben ik naar mijn DAF gegaan en heb die man 2 glazen boerenjongens gegeven en hem verteld dat dit zeer goed smaakte op ijs. De limousine mannen kregen beiden een lepel boerenjongens over hun ijsje zij vonden dit super lekker. Wat ook te zien was toen ze naar buiten gingen (de boerenjongens hadden hun te pakken) na een gezellige avond bij Hakan de restaurant houder gingen wij slapen.

 

De dag daarna reden wij via Amman richting de Saoedi grens, daar werd de complete lading door tientallen Pakistani’s afgeladen, gecontroleerd en daarna weer opgeladen. De temperatuur liep steeds verder op. Wat een mooi land. Je was net een kind in een reuze zandbak. Bij Al Hofuf namen George en ik afscheid en ik reed verder naar mijn losadres. Daar kwamen weer 2 limousine mannen en die tekenden mijn vrachtbrief af. Na een halve dag kwam een heftruck en laadde de elektriciteit kast af. Dit gebeurde door de lepels van de heftruck in de kast te duwen. De eerste tractor band viel naar van de oplegger en ging rakelings langs de limousine af. Daar werd vlug een einde aan gemaakt door de ventielen met een mes door te snijden. De aardappelpoot machines overleefden het beter zie foto.

Meteen daarna ben ik retour richting Ramta gereden en daar stond Hakan te zwaaien en vroeg mij of ik nog boerenjongens had. Hij bood mij 40 DM per glas voor de resterende 10 glazen. Dus DM. 400,-. Op dat moment dacht ik aan George die vaak zei "Money, no problem".

 

De terugweg naar Nederland liep vrij normaal en toen ik thuis kwam ging ik weer naar Lieshout (het winkeltje) en heb de rest van de boerenjongens ook maar opgekocht a 80 cent per glas.