MIDDEN OOSTEN

CHAUFFEURS NEDERLAND

Verhaal Hendry Oosterwijk (Brummi)

Mijn eerste reis naar Irak.

 

Door stom toeval kreeg ik via mijn Hyves een bericht van Peter Crommentuijn die mij vertelde dat hij met nog een paar andere jongens een reünie wilden gaan organiseren voor Oud Midden-Oosten chauffeurs. Ook vertelde hij me dat deze website er aan ging komen. Nadat ik de site bezocht had, en er door Ger en Peter een verhaal was geplaatst, zag het er alleen nog maar mooier uit. Dat deed mij ertoe besluiten om de ervaringen van mijn eerste reisje Irak met jullie te delen.

 

Hallo allemaal, even voorstellen; ik ben Hendry Oosterwijk, misschien beter bekend onder sommige van jullie als Brummi. Die bijnaam heb ik waarschijnlijk destijds gekregen door mijn atletisch voorkomen van toen 116 kg schoon aan de haak. Ik ben getrouwd met Margret, ja nog steeds, en samen hebben we twee dochters. Vanaf 1978 t/m 1990 ben ik werkzaam geweest bij Weijs Inter-Europa in Siebengewald. Weijs was in heel zuidoost Europa een vertrouwd gezicht op de wegen. Wij reden dus hoofdzakelijk Yugoslavië, Bulgarije, Hongarije, Albanië, Roemenië, Tsjecho-Slowakije, Polen, Turkije en Griekenland. Ik behoor tot de gelukkige dat ik op het laatste land, Griekenland dus, nog lijndienst heb gereden. Dit was dan in samenwerking met Gerlach in Venlo, en Interkontor in Athene. Deze laatste had ook nog een kantoor in Thessaloniki en in Volos. Hoe het eigenlijk ooit zo is gekomen weet ik eigenlijk niet eens, maar op een gegeven moment kwam ik terug van een reis, en vroegen ze bij Weijs of ik zin had in een ritje naar Baghdad. Nou dat had ik wel, al had ik totaal geen idee hoe me dat af zou gaan. Tenslotte was ik ook nog maar een broekie hoor. Mijn auto zou men laten laden door een collega, zodat ik nog even thuis de vaderlijke plicht kon doen en boodschappen kon gaan halen. Toen de andere dag de telefoon ging en de planning mij vertelde dat de auto klaar stond, ben ik maar eens richting Siebengewald vertrokken.

 

De lading bestond uit een vracht constructie, die bestemd was voor Sybetra uit Brussel in Baghdad. Toch maar even checken hoe of dat die vracht erin ligt, ik weet ook nog niet wat ik tegen zou komen. Nadat ik de spullen in m'n wagen had gedropt ben ik me maar eens gaan melden op kantoor, wat toen nog boven de fietsenzaak zat. Daar had men alles al netjes klaar liggen, een pak geld, TIR-carnet, carnet de passage, vergunningen en een MOVEX-manifest. Mooi dacht ik nog, alles netjes voor elkaar, maar wat moet ik in hemelsnaam met een manifest? Nu heb ik me nog nooit geschaamd om dingen te vragen, dus mochten ze me ook nu eens haarfijn vertellen wat ik met dat ding moest, wat dus ook werd gedaan. Ze kunnen me het beter hier thuis vertellen, dan dat ik onderweg staat te kloten. Zoals gezegd zou dit voor mij het eerste ritje worden naar die grote kattenbak, en ze hadden me dan ook genoeg ''sterke'' verhalen verteld. Tjonge jonge, wat ik in Turkije allemaal wel niet mee zou gaan maken. Mooi dacht ik, dat zie ik dan daar wel weer, zover is het nog lang niet.

 

Nadat men mij een goede reis had gewenst, ben ik vertrokken naar Venlo om daar TIR op te gaan maken. De dienstdoende douaneambtenaar viel bijna van zijn stoel af. Huhh, Weijs gaat het ook steeds verder zoeken is het niet?, was zijn opmerking. Er komen daar genoeg auto's TIR opmaken voor de andere kant van de Bosporus, maar niet van Weijs dus. Na de benodigde stempels en loodjes heb ik mijn reis voortgezet richting grens Venlo - Schwanenhaus. Via Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Yugoslavië en Bulgarije naar de grensovergang Svilengrad - Kapikule, tot hier was het nog allemaal vrij aardig routine. Ik was nog maar net door Svilengrad heen toen ik al in de file voor de grens kwam te staan.

Dit viel nog niet tegen want ik had al regelmatig enkele kilometers voor Svilingrad stil gestaan. Eenmaal op het douaneterrein te zijn aangekomen, kwam er al een medewerker van Youngturk aanlopen om mijn papieren in ontvangst te nemen. Zodra je auto een beetje verder naar voor geparkeerd staat, kom je maar thee drinken zei hij nog, en liep er weer van tussen. Haha, mooi volk die Turken, hier lopen ze te stressen, en wanneer je ze op een fabriek ziet hebben ze tijd genoeg.

 

Zo, de auto ben ik voorlopig wel even kwijt en staat goed hier, dusssssssssssssssss thee. Tijdens mijn wandelingetje naar het kantoor van Youngturk zag ik nog een Nederlandse collega die voor Richard Kempers s´Hertogenbosch reed. Ik kon deze jongen niet, maar ik wist dat Kempers verder ging dan dat wij altijd gingen. Tenslotte gingen wij eigenlijk nooit verder dan Ankara, Izmit en Bandirma. Na een korte kennismaking kwam ik er achter dat deze jongen Ben heette, althans dat meen ik me te herinneren.

Ik heb hem na deze eerste rit eigenlijk nooit meer gezien. Uitgerekend nu moest hij in Turkije zijn en wel naar Iskendrun, hmm nooooit van gehoord, toen nog niet. Maar wij zouden, wanneer we op tijd weg waren van de grens, samen naar de Londra-camping in Istanbul rijden. Zoiets kan je beter niet zeggen, want we zijn die dag niet verder gekomen dan net over de grens.

 

Op de Londra-camping in Edirne hebben ze ook Efes, dus dat was het probleem niet. Nadat we ons nog een beetje gewassen hadden, hebben we dus heerlijk genoten van deze goudgele rakkers. Toen we s´morgens op stonden, bleken er s´nachts ook nog 3 auto´s van Centrum te zijn aangekomen die wel naar Irak moesten. Nadat we ons gewassen hadden en de nodige koffie op hadden, zijn ”Ben” en ik alvast vertrokken naar Istanbul. Wij zouden hier later ook de jongens van Centrum treffen, en dan bedoel ik niet tussen hun ogen hoor. Eenmaal aangekomen in Istanbul liet ”Ben” mij zien waar Iskendrun lag, en we zouden dus nog een heel eind samen rijden. Toen we onze spiegels en lampen hadden schoon gemaakt, zijn we binnen een paar eitjes gaan eten. Ondertussen waren ook Jan Larmiet, Ad Roest en Barry ? ? van Centrum gearriveerd.

Jullie weten dat het op deze trajecten niet op een dag aankomt, en we besloten dan ook nog even op die jongens te wachten totdat zij ook klaar waren. Korte tijd later zijn we dus met vijf auto´s richting Ankara vertrokken. Toen we eenmaal Izmit voorbij waren begon voor mij dus het avontuur, verder was ik namelijk ook nog nooit geweest.

De jongens hadden besloten mij als middelste wagen te laten rijden voor wanneer er iets mis zou gaan. Voordat we de Bolu overgingen hebben we eerst nog even koffie gemaakt op de “ Bradko-camping “, net voor de Bolu. Het leek inderdaad wel of heel Bulgarije uitgelopen was om elkaar hier te treffen. s´Avonds kwamen we, na de nodige TIR-controle´s, aan bij het Telexmotel net voor Ankara. Ik dacht dat we nu onze eigen gaarkeuken zouden gaan openen, maar volgens de andere jongens konden we hier nog steeds goed eten.

Oké, ik laat me verrassen dacht ik nog, dus wij naar binnen. Ook hier maar weer een paar flesjes van het nationale vocht op tafel laten zetten, tenslotte smaakt Efes perfect. Het hoofdgerecht bestond uit een halve haan met frites, maar ik zou geen Brummi heten wanneer ik niet nog een haantje in backorder had staan.

 

De tafel was inmiddels goed blauw van de Efes-flesjes, vooral Jan wist wel hoe hij ze achterover moest kiepen, tja een Brabander hè. De jongens die al jaren deze kant op reden zaten mooi te praten over van alles en nog wat, terwijl ik van toeten noch blazen wist. Ach, dat zie je allemaal nog wel zeiden ze me, voor ons was het ook eens de eerste keer. In ieder geval was het een leuke avond geweest toen we s´avonds naar bed gingen. s´Morgens werd ik al vroeg gewekt door Barry die me vertelde dat de koffie klaar was. Koffie gedronken en een plas water in m´n gezicht gegooid om wakker te worden.

Even later vertrokken we weer en zouden we in Aksaray brood halen, en 100 mtr. verder op de TIR-parking pauzeren. Ik vond het allemaal prachtig en zou me wel laten verrassen door de mannen.

Tenslotte moest ik mij aan hen aanpassen, en niet andersom. Die jongens zijn mij tenslotte wegwijs aan het maken hoe het er hier allemaal aan toe gaat. Iets waar ik ze tot de dag van vandaag nog steeds dankbaar voor ben. Ik zou anders ook wel tot hiet gekomen zijn, maar of het ook zo gemakkelijk en gezellig gegaan zou zijn……………. Inderdaad net voor Aksaray stond rechts een klein gebouwtje van golfplaten, waar de plaatselijke bakkerij zijn brood bakte. Het had iets weg van een 2e rangs fietsenstalling, maar zijn brood was perfect en kwam nog maar net uit de oven, en daar ging het toch allemaal om nietwaar.

 

We hadden van tevoren afgesproken dat Barry en ik bij de bakkerij zouden stoppen, zodat ik eens kon zien hoe het er hier aan toe ging. De anderen waren iets verder links de TIR-parking op gereden om alvast koffie te maken. Na de koffie en het late ontbijt, zijn we onze weg weer gaan vervolgen richting de Tarsus. Eenmaal over de Tarsus nog even bij de TIR-controle een paar pakjes Marlboro wezen ruilen tegen een stempeltje en een handtekening, en weer verder naar de BP-parking. Deze lag tussen Adana en Ceyhan in, en het viel mij op dat ze hier zeer goed Engels spraken.

Het bleek dat hier een airbase van de Amerikanen lag, en dat de plaatselijke bevolking daar ook voldoende van mee kon profiteren. Nadat we ook hier even gepauzeerd hadden, namen we afscheid van ”Ben” want hij zou hier blijven staan, om vervolgens morgenvroeg het laatste stukje naar Iskendrun te rijden. Het is de bedoeling dat wij vandaag nog doortrekken naar Gaziantep om daar de nacht door te brengen.

Wel werd mij verteld dat ik genoeg afstand moest houden omdat ik anders geen koplamp meer zou overhouden. Bij Ceyhan zouden wij namelijk linksaf slaan op Osmaniye aan, waarbij de eerste berg die we over zouden gaan de zgn. kiezelberg was. Zodra we daar waren, zou ik wel begrijpen waarom hij zo genoemd werd. Eenmaal daar begreep ik inderdaad waarom ja. De complete bovenlaag van het asfalt lag daar los, en dus lagen en sprongen er overal kiezelsteentjes in het rond. Op de stukken die nog wel intact waren, had je het idee in Albanië te rijden, die hebben namelijk ook een dergelijk wasbord als weg.

 

Ik vond het er ook behoorlijk naar olie stinken, ofdat men bij het asfalteren meer bitumen dan normaal gebruikt? Toch was het uitzicht boven werkelijk schitterend. Je kon naar beneden kijken ( haha, wat wel eens vaker voorkomt wanneer je ergens bovenop staat ) op de weg die we even later weer zouden volgen via Gaziantep naar Birecik. s´Avonds in Birecik werd dit dan ook inderdaad door de jongens bevestigd, en vertelden ze mij ook dat dit elk jaar weer hetzelfde is. Ze komen dus blijkbaar niet op het idee hier om eens iets anders te proberen, en zo wat geld over te houden voor wanneer het ook daadwerkelijk zou lukken. Maar goed ook hier, in Birecik, hebben we weer heel wat afgelachen. Ik kreeg langzaam het idee dat wanneer je op deze landen reedt niet specifiek gek hoefde te zijn, prettig gestoord volstond ook al.

 

Dat was voor mij dus mooi meegenomen, want ze hadden mij al vaker gezegd dat ik niet helemaal spoorde, en zou ik hier dus heel vlug kunnen wennen. Voordat we gingen slapen hebben we bij de wagens nog even een slaapmutsje gedronken, en besloten om morgen al vroeg weg te rijden. Tot dit besluit waren de jongens gekomen omdat het, bij navraag aan een Engelse chauffeur van Astran, behoorlijk druk zou zijn aan grensovergang Zakhu.

Zij wilden tot Cizre rijden zodat we de volgende dag alle tijd zouden hebben om Irak binnen te komen. Zo gezegd zo gedaan dus en vroeg uit de veren. Koffie gedronken en gewassen, en onze weg zouden we weer vervolgen naar Kiziltepe om daar te pauzeren. Echter hadden onze Turkse vrienden wel een vreemd gevoel voor humor. Toen we Urfa voorbij waren kregen we een stuk weg waarvan het wegdek in de breedte aardig bol stond.

Dit hield in dat ik met de trekker zo´n beetje over de middenas heen reed, en dat ik de tekst op de trailer bijna kon lezen omdat hij aardig in de berm aan het woelen was. Op zich geen probleem, maar ik dacht wel aan de constructie die ik geladen had. Er zal toch wel voldoende hout tussen de delen zitten, en zo ja zijn ze nog niet verschoven? Maar ook hier ging alles weer goed en kwamen we geheel volgens schema in Kiziltepe aan.

 

Hier weer een pauze erin gegooid, de lampen weer gereinigd en weer door naar Cizre, de laatste stop voor de grens. We hadden besloten om hier wel ons eigen maaltje klaar te maken, maar dat we daarna naar binnen zouden gaan om met elkaar even gezellig een pilsje te drinken. Dat even liep aardig uit de hand vond ik, maar we zouden de andere dag niet extreem vroeg uit de veren moeten. Voordat we de andere dag het laatste stukje naar de grens reden hadden we ons vertrouwde bakkie koffie alweer naar binnen gewerkt. Eenmaal in de file voor de grens, die overigens goed mee viel volgens de mannen, hebben we gelijk maar Irakese dinars gewisseld op de zwarte markt.

Natuurlijk kwamen ze ook bij mij, maar ik heb toch maar eerst even bij de andere jongens geïnformeerd of dit dit normaal was. Geen probleem zei Ad, maar hij was wel zo vriendelijk om even met mij mee te lopen, om te kijken of het wel de goede dinars waren. Nadat we zo´n 3,5 tot 4 uur hadden aan staan schuiven, kwamen we dan toch aan de grens aan. Eerst de Turkse ”gumruk” (douane) afgehandeld, om daarna de brug over te rijden naar de Irakees.

Welcome to Irak sir was de verwelkoming van de dienstdoende soldaat, en hij begon met het controleren van mijn paspoort en cabine. Aardig volk was mijn eerste indruk, maar nog geen uur later besefte ik dat ze ook behoorlijk hufterig kunnen zijn. We weten allemaal dat de Turken een nogal sterke baardgroei hebben, je moet dan ook nooit tegen je collega zeggen; vraag maar even aan die man met die snor, want dan zie je hem waarschijnlijk de eerste uren niet meer terug. Nu was het mij die ochtend wel opgevallen dat een hoop chauffeurs zich stonden te scheren, maar had er verder geen aandacht aan besteed.

 

Tenslotte waste ik mij ook elke ochtend, hetzij soms provisorisch maar toch. We stonden buiten voor het douanekantoor al in de rij aan te schuiven met de benodigde papieren onder de arm. Zo dus ook de vele Turkse chauffeurs, waarvan de meeste met hun ”Tonka´s” onderweg waren naar de olieraffinaderij in Bayji. Even voor diegene die niet weten wat een Tonka is, dat zijn veelal 3-assige vrachtwagens die je met bv. een Ford Custom zou kunnen vergelijken. De chauffeurs van deze auto´s nemen het niet zo nauw, en nemen vaak, gezien het volume, meer mee dat wij.

Want vier meter hoogte is het maximum, staat bij hun nog niet op de lijst. Maar goed, we stonden dus in de rij aan te sluiten. Dit vergde ook nogal wat tijd, dus waren wij elkaar maar wat moppen aan het vertellen om de tijd te doden. Toen we dan toch eenmaal bijna aan de beurt waren, stond er zo´n drie man verder voor ons dus ook nog een Turkse chauffeur.

 

Deze begon een beetje te mopperen tegen de ambtenaar die zijn papieren moest afhandelen. Wat bleek, deze chauffeur had zich niet geschoren, en dus kwam zijn foto op het paspoort niet overeen met zijn huidige gezicht. Zijn papieren werden terug geschoven, en meneer kon zich weer vertonen zodra hij zich geschoren had. Nou dit noem ik dus muggenzifterij, wat een hufter zeg, daar sta je twee uur voor in de rij. Haha, je zult maar een pasfoto op je paspoort hebben waarop je met twee oren staat, maar bij een bezoekje aan de dierentuin heeft Bogito je oor afgebeten, ben benieuwd hoe ze dat dan op gaan lossen.

Nadat wij de nodige stempels op onze papieren hadden zijn we gelijk over de grens eerst maar weer eens koffie gaan maken, dat hadden we wel verdiend. Op deze parking, die overigens ook vol met heel wat stevige keien lag, kon ik maar beter niet overnachten, zo zeiden de jongens.

Er werden hier nl. nog wel eens aanslagen gepleegd op de Turkse Tonka´s, en men beweerde dat dit feestje dan verzorgd werd door de Koerden. Je ogen even voor een paar uurtjes sluiten zou geen probleem zijn, maar het was beter om hier niet de hele nacht te blijven staan.

Toen we de koffie onder het genot van een boterhammetje op hadden, zijn we weer verder gereden, vanavond zouden we op het douaneterrein van Fallujah staan.

 

De eerste kilometers van Irak had ik me heel anders voorgesteld, ik had nl. niet verwacht dat we eerst nog even door een berglandschap zouden rijden. Dit duurde dan ook niet zo gek lang tot we de eerste grote stad, Mosul, binnen reden. Toen we Mosul door waren lag er een prachtig mooi asfaltlint door die kattenbak heen. De rijstijl hier was niet veel beter dan die van de Turken, die geloven ook dat ze, net als een kat, negen levens hebben.

Misschien vandaar die kattenbak? Op een gegeven moment zag ik in mijn spiegel dat er in de verte een autobus aankwam.

De chauffeur had er aardig de gang in, want hij naderde nogal snel. Iets wat ik niet verwacht had, want ik schrok me een breuk toen hij eenmaal voorbij was. Man, wat maakte dat ding een kabaal achter die motorklep vandaan. Het bleek een Mitsubishi te zijn die, net als de bussen hier, ook de motor achterin had liggen. Alleen was deze, i.v.m. de hoge temperaturen hier, een hoge toerenmotor, waarvan de koeling dan ook goed zijn best deed.

Onderweg hebben we bij het plaatsje Samarra nog even een korte pi(t)sstop gehouden, en kreeg ik weer een volgende tip. We zouden dadelijk rechtsaf slaan, maar ik kon deze weg het beste niet alleen rijden en zeker niet s´nachts. Men vertelde mij dat er hier veel militairen patrouilleerden, en er nogal eens wat chauffeurs verdwenen waren hier. Het ging dan wel bijna altijd om Bulgaarse chauffeurs, maar ik moest de problemen niet op gaan zoeken. Ik moest dan maar op deze parking, waar we zojuist even gestopt waren, even blijven staan, en wachten op een volgende auto.

 

Iedereen was blijkbaar op de hoogte, want achter ons kwam een Oostenrijker van Grad uit Linz vragen of hij met ons mee kon rijden in convoi. Goed, wij weer verder gereden, en we kwamen dan ook zoals geplant rond 20.00 uur op het douaneterrein van Fallujah aan. Nou ja douaneterrein, er stonden wat barakken waar dus de douane zijn werk in deed, maar daar omheen was het gewoon een plaat asfalt. Maar je kon er in ieder geval goed op staan, en daar ging het om. Toen we aankwamen zag ik wel dat er nog twee auto´s van Centrum stonden. Dit bleken later Jan de Bont en Jan Bouwland te zijn, waarvan ik eerst dacht dat deze laatste een turk was. Op zich wel lachen wanneer je bedenkt dat Jan Bouwland ook wel ”de Witte Turk” genoemd werd, maar dat wist ik toen nog niet.

 

Deze twee waren die middag laat leeg gekomen, en ze hadden besloten weer naar Fallujah terug te gaan omdat ze wisten dat wij onderweg waren. Hoe dan ook, het was een mooi stelletje ongeregeld bij elkaar, en we hebben die avond dan ook heel wat af gelachen. We besloten om allemaal een bijdrage te leveren aan het avondmaal, en gezamenlijk te gaan koken. Nou ik moet zeggen dat het een heel feestmaal werd. Soep vooraf voor iedereen, dan kon men kiezen uit; gebakken aardappeltjes met vlees en twee soorten groente, of nasi ook met vlees en voorzien van een spiegeleitje. Als toetje hadden we dan ook nog instantpudding met slagroom.

Toegegeven, het was natuurlijk kwalitatief niet zo goed als thuis, maar met een lekkere koude Heineken of Efes was het goed weg te spoelen. In ieder geval hebben we die avond nog veel lol gehad.

s´Morgens zijn we de papieren wezen inleveren, en weer naar de auto´s gegaan waar de achterblijvers de koffie al klaar hadden. Nu had ik wel gezien dat er gewoon langs de weg ook auto´s geparkeerd stonden, maar ik vroeg me af wat die politie erbij deed. Bij navraag schijnt het dat je hier dus geen proces tussen je ruitenwisser vind wanneer je verkeerd geparkeerd staat, maar dat de politie gewoon even je voorband laat leeg lopen.

Wat een pret en dan maar hopen dat je longen sterk genoeg zijn om hem weer op druk te brengen. s´Middags kregen verschillende van ons, waaronder ik, de papieren en paspoorten terug, en konden gaan lossen. Nu begreep ik ook wat het voordeel was van een manifest, tenminste wanneer deze van Movex was. Met een Movex manifest kon je gaan lossen, en na lossing je weg vervolgen naar bv. de grens. Was deze niet van Movex, dan bleef je paspoort achter bij de douane, en kon je deze na lossing eerst nog eens op gaan halen.

 

Dat ophalen zou niet zo´n probleem zijn, maar wanneer de douane dan weer naar huis was moest je wel wachten tot de volgende dag. Na nog eens koffie gedronken te hebben, en het een en ander te hebben afgesproken is een ieder vertrokken naar zijn losadres. Nu moest ik lossen in een buitenwijk van Baghdad, maar bij de douane kon niemand mij vertellen waar ik de bouwput van Sybetra zou kunnen vinden. Dan kom ik er zelf wel uit dacht ik nog, maar dat bleek achteraf flink tegen te vallen. Op een gegeven moment zat ik op een uitvalsweg die terug naar Mosul ging, niet goed dus.

Vele van jullie weten waarschijnlijk wel dat Baghdad veel van zijn grote wegen gescheiden heeft d.m.v. een smalle groene strook met een vrij hoge betonnen rand. Op de punt van zo´n strook bij een kruising stond zo´n soort wachterhuisje wat je in Londen bij het paleis ziet. In dat hok hadden ze, waarschijnlijk met een schoenlepel, een politieagent weten te positioneren, en ik besloot om het adres eens aan hem te vragen. Hij wist het niet exact, maar ik moest in ieder geval draaien en terug Baghdad in.

Zo gezegd zo gedaan, ik slinger de wagen dus op de kruising om, tenslotte was deze zeer ruim. Nou dat heb ik geweten, komt die zelfde agent op zijn motorfiets met loeiende sirene achter me aan. Dus ik al vrijwillig aan de kant want ik denk misschien weet hij het ineens, en brengt hij me er naar toe. Jammer dus, dat had Brummi toch niet helemaal goed gedacht.

 

Begint die blaaskaak tekeer te gaan tegen me, en hij moest mijn paspoort hebben. Nu bleek achteraf dat ik op die kruising niet had mogen draaien, alsof ik daar op gelet had. Maar die 3e rangs blubberbek bleef maar tieren en schelden, waarop ik even liet zien dat ik dat nog veel beter kon dan hij.

Tja, dat had ik beter even niet kunnen doen. Hij werd nu zo kwaad dat hij mijn paspoort weggooide, en deze belande dan ook uitgerekend in de enige plas water die er te vinden was. Toen werd ik pas echt boos, en maakte hem uit voor alles wat lelijk was, goed nou was het al niet moedersmooiste.

Mijn schelden werd op zijn beurt weer beantwoord met een klap op mijn schouder met de kolf van zijn pistool. Om heel eerlijk te zijn had ik het ook niet meer zo lekker zitten hoor. Je bent hier voor het eerst en dan nu ook echt helemaal alleen, en dan krijg je dit.

Eén ding was me nu wel duidelijk dat volk is hier gigantisch nerveus, en daar moet je dus wel mee opletten, zeker wanneer ze een wapen hebben. Toch hebben we het weten uit te praten, maar ik had wel veel last van mijn schouder. In ieder geval ben ik weer verder gaan zoeken naar mijn losadres, wat ik overigens niet meer heb kunnen vinden die dag.

Het is toch niet te geloven dat niemand weet waar zo´n firma zich bevind. Ik weer terug naar Fallujah gereden om te kijken of er nog iemand stond. Die dag had ik het helemaal gehad en besloot morgen eerst maar eens telefonisch contact op te nemen me Sybetra.

 

Op Fallujah bleek geen Nederlander meer te staan, nog wel een paar Engelsen die mij die middag hadden zien wegrijden. Eén van hen kwam dan ook vragen of ik al leeg was, en ik vertelde wat er gebeurd was. Hij nodigde mij uit om bij hun groepje te komen zitten waar ik dan ook dankbaar gebruik van maakte. Ondanks alle ellende die dag kwam ik wel weer even helemaal bij, en vergat wat er zich met die breedbekkikker van een politieagent had afgespeeld.

Toen we daar gezellig zaten te praten zagen we een auto met Irakees kenteken bij mijn wagen rond rijden.

De man op de passagiersstoel stapte uit en ging bij mij op het opstapje staan. Ik kreeg de indruk dat hij mij moest hebben, dus ik er naar toe. Het bleek een medewerker van Sybetra te zijn die mij aan het zoeken was omdat ze mij al verwacht hadden.

Ze wisten van de douane dat ik aan het inklaren was, maar ze hadden nog geen auto gezien. Ik vertelde ook hem wat er zich had afgespeeld en dat ik het adres niet had kunnen vinden, en er ook niemand anders was geweest die het wist. Ook vertelde ik hem dat ik morgen telefonisch contact had willen zoeken met hun, wat wat dus nu niet meer nodig was. Hij vroeg mij de papieren om te zien welke delen ik bij me had, en zag toen ook het adres. Nou jij had hier lang kunnen zoeken want van dat hele adres klopt totaal niets.

 

Na afgesproken te hebben dat hij mij morgenvroeg kwam ophalen ging ook hij er weer van tussen. Inderdaad stond s´morgens weer die auto voor mijn wagen, die mij naar de loslocatie zou begeleiden. Eenmaal daar aangekomen werd de auto al door medewerkers open gemaakt, en werd ik uitgenodigd voor de koffie in een van de portocabine´s.

Nadat ik leeg was ben ik maar weer eens richting Mosul gaan rijden. Even voor Tikrit zag ik een wagen van Centrum staan, en besloot te stoppen.

Het bleek Barry te zijn die gisteren ook niet meer had kunnen lossen, en de koffie net klaar had.

Ik was nog zo onder de indruk van wat wat er gebeurd was, dat ik het gelijk moest vertellen en tijdens mijn verhaal werd ik weer kwaad. Barry vond het prachtig en stond maar te grijnzen met als enige antwoord; zo zijn wij ook begonnen, en waarom zou het jouw beter vergaan. Dat kan, maar ik kom hier nooooooiiiiiittttttt meer zei ik, toen nog niet wetende dat ik hier nog wel verschillende keren naar toe zou worden gestuurd.

Ook over deze reizen kan ik de volgende keer nog wel het een en ander vertellen, maar dan zal ik het een stuk korter proberen te houden. In ieder geval verliep de terugreis lekker, en zonder noemenswaardige problemen.

Ik heb in Griekenland abrikozen in blik retour geladen voor Nederland, en dan is Griekenland - Nederland nog maar een heel klein stukje hoor.

 

Groetjes Hendry Oosterwijk ( Brummi )